Verhaal 10

Toen ik studeerde stonden er twee planten op een schoteltje voor mijn raam. Grijs blad hadden ze, poedergrijze, duimdikke bladeren die samen een rozet vormden. De zon stond de hele dag op dat raam en dat vonden ze fijn. Het deed hen denken aan de woestijn, waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen. Ze stonden daar zo tevreden te zijn, dat ik hen vaak vergat. 

Als ik aan mijn bureau, dat voor datzelfde raam stond, zat te studeren en verveeld opkeek van mijn  boek, viel me vaak pas op hoeveel stof er op de vensterbank lag en hoe rimpelig het blad van mijn planten eruit zag.
    Opgelucht dat ik tijdelijk afleiding gevonden had, vulde ik dan een glas met water en gaf de plantjes wat. Daarna keerde ik weer terug naar mijn werk. De plantjes hadden de volgende dag weer glad, gevuld blad en wachtten geduldig tot ik weer langs zou komen met wat water. Al die tijd groeiden ze nauwelijks. Er viel eens een blad af en er kwam eens een blad bij, meer gebeurde er niet. 
     Na  een paar jaar moest ik mijn scriptie schrijven. Ineens was ik elke dag thuis. Ik leerde mijzelf een ritme aan. Stond 's ochtends vroeg op, ontbeet, ging naar de universiteit, werkte daar tot een uur of vier en ging weer naar huis. Dat ritme deed mij goed. Mijn kamer was opgeruimd, ik kookte elke dag een gezonde maaltijd en vroeg vaak mensen te eten. Ook de plantjes profiteerden van mijn nieuwe regime. Ik haalde bijna elke week een doekje over mijn vensterbank en gaf dan gelijk de planten water.
    Dat pakte ik grondig aan. Ik nam de potten van de vensterbank en  liep naar de badkamer. Daar drukte ik de stop in de afvoer en liet de wasbak vollopen. Ik zette de planten erin en hield de potten even onder water, totdat er belletjes opstegen uit de potten, en liet de planten los. Vaak bleven ze even drijven, als twee boeien in een baai. Na een uurtje haalde ik hen uit de wasbak en zette hen terug op hun schoteltjes in de vensterbank. 
    De planten reageerden op mijn nieuwe aanpak met uitbundige groei. De rozetten werden twee keer zo groot, de bladeren plomp en stevig en uit elke plant staken twee lange stengels omhoog. Mijn planten gingen bloeien! Vol ongeduld wachtte ik af. Bovenin de stengels verschenen knoppen, gehuld in een poedergrijs jasje. 
    Op een ochtend stond ik op en zag dat twee van de vele knoppen zich een eindje hadden geopend. Uit de grijze omhulsels piepten nu twee knaloranje bloemhoofdjes. Aan het eind van de dag, toen ik thuis kwam van de universiteit, waren de bloemen helemaal open. Ronde, oranje borsteltjes waren het, die prachtig afstaken tegen het grijze blad. 
    Ik maakte foto's van mijn prachtige planten en bekeek mijn plantjes elke dag minimaal twee keer, 's ochtends voor ik weg ging om aan mijn scriptie te werken en 's avonds, als ik weer thuis kwam. Zo er al slappe, verschrompelde gele bladeren onderaan de rozet zaten, vielen me die niet op, gefascineerd als ik was door de oranje weelde bovenaan de planten. 
    Ik was zo trots op mijn planten dat ik hun naam probeerde te vinden. Ik zocht op internet naar afbeeldingen van grijze vetplanten die op de mijne leken. Ik klinkte op een link en keek verrukt naar de afbeelding die op mijn scherm verscheen. Ja, dat waren mijn plantjes. Dudleya, heetten ze en ze kwamen uit Californië. Ik las het verhaal dat onder het plaatje stond. Ze hadden veel zon nodig en weinig water, vandaar dat ze het zo goed deden op mijn vensterbank. Ze werden vooral gewaardeerd om hun grijze blad. Van nature kwamen ze voor in hete, rotsige omgevingen. Ze bloeiden alleen als er neerslag was gevallen en dat kon soms jaren duren. Uit de roset sproten een aantal stengels, met geel tot rode bloemen, die erg aantrekkelijk waren voor insecten. De plant bloeide, zette zaad en ging dood. 
    Ik las de laatste zinnen nog een keer. Neerslag, bloei, dood. Ik keek naar mijn twee planten voor het raam, hun oranje bloemen hoog boven de potten. Er was geen weg terug, de bloei was al ingezet, de knoppen waren al open.  Ik zou moeten toekijken hoe ze met elke bloemknop die opende een stapje dichter bij hun dood zouden komen. Ze zouden zich doodbloeien en ik zou er niets aan kunnen doen.

Janine Bakker
Geïnspireerd op de foto: Wie pakt de handschoen op?

Foto @Gonnie Kleine

Terug naar blogs