Verhaal 8: Bankje

Het boekje 'de Kroniek van de Nieuwsgierigheid' doorlopend, treft mij een eenzaam houten bankje, midden in het gras. De hardhouten vergrijsde bank is zo recht toe recht aan als hij maar kan zijn. Er is één uitzondering en dat is de zitting – die heeft een kleine uitsparing, die enig zitcomfort doet vermoeden. Het hoge gras welft aan zijn voeten. Er is een tekst bevestigd aan de rugleuning: 'Wil je meer spanning in je leven? Ga hier maar eens op zitten'.

Dat doe ik met mijn rug tegen het uitdagende plakkaat, waar ik op dit moment niet zo maar raad mee weet. Mijn haar waait in de wind, ik kan ruim adem halen en ver om me heen zien. Mijn gedachten dwalen af naar de bloemen- en groentetuin van mijn opa. Daar in de zon leerde hij mij dat er een leven zonder geloof was. Als iemand wel wilde geloven – dan was dat ook goed. Hij wees me op de bloemen, de bonen en de bessen en zei dat het voor hem helemaal genoeg was te midden van dit alles met zijn kleindochter in de zon te staan. 
Zijn verbluffende oprechtheid en eenvoudige woordkeus bleven me bij. 
Pas veel later begreep ik dat hij mij andere horizonten wees: dat het hier en nu genoeg is, het leven en laten leven belangrijk en dat ik kan kiezen in mijn leven.

De bibliotheek van nieuwsgierigheid – tja, ik ben de laatste tijd wel nieuwsgierig naar hoe ik mijn leven bewust vorm zou kunnen geven.

Zodoende lees ik sinds kort over de Griekse filosoof Epicurus. Hij leefde zo'n drie eeuwen voor Christus. Hij wordt een hedonist genoemd, maar wat mij betreft is hij een stoïcijnse hedonist. Het komt er op neer dat je na afzien kunt genieten. Ik moet even over een calvinistische drempel heen, maar dan sta ik open voor zijn zienswijze. 
Hij bepleitte het genieten van het moment, eigenlijk zocht hij de gemoedsrust.
Zo zit ik ook op dit harde bankje met inderdaad een kleine verdieping voor het zitten. Mijn verwondering is groot als ik bedenk dat de natuur nou eens nooit verveelt. Altijd mooi met de blauwe, rozerode en grijze luchten. Diepe gemoedsrust!

Terwijl ik een stevige hap uit mijn appel neem realiseer ik me dat de zienswijze van Epicurus o.a. toepasbaar is op eten. We hebben dagelijks voldoende en gevarieerde voeding; we zijn grote geluksvogels met een overvloed daaraan. Precies hier komt hij om de hoek met zijn stoïcijnse inslag.
Als het eten zo lekker is, dan is de verleiding groot meer te eten dan nodig. 
Dat is precies wat Epicurus bedoelt: eet wat je nodig hebt en besef de smaak.
Beheers ik me niet dan is mijn prijs een vol gevoel of maagzuur; dat staat verdere gemoedsrust voorlopig in de weg. 

Ik sta op en kijk nog eens naar de tekst op de leuning van de bank: ik heb kunnen kiezen voor een leven zonder geloof en nu probeer ik mijn leven bewust vorm te geven met voorlopig Epicurus als leidraad. 
Wat mij betreft spannend en uitdagend genoeg om mee aan de slag te gaan. 

Henny Noorlag
Geïnspireerd door de foto: Wie durft?

Foto @Gonnie Kleine

Terug naar blogs