Verhaal 7: Naar Bogota of Medellin?

Al dagen heb ik mijn buurvrouw Carina gezien noch gehoord.
Ze zal wel weg zijn, maar dat gaat mij natuurlijk niets aan. Erg close zijn we niet en dat is begrijpelijk, ik ben veel ouder dan zij.

Afgelopen zomer hoorde ik haar in de tuin tegen haar bezoek zeggen, dat ze binnenkort naar Colombia wilde gaan. Als baby werd ze daar vandaan geadopteerd, maar haar adoptiefouders zijn inmiddels overleden.
Nu het hiernaast zo stil is, fantaseer ik dat ze naar Colombia is. In gedachten zie ik haar lopen in de sloppenwijken van Bogota of Medellin op zoek naar haar biologische moeder. Misschien zelfs met een cameraploeg van ‘Spoorloos’ in haar kielzog.
Vreemd, als ze op vakantie gaat vraagt ze mij gewoonlijk haar planten te verzorgen. Haar sleutel hangt hier aan mijn sleutelrekje. 
‘Houd hem maar voor een volgende vakantie of voor het geval ik mezelf eens buitensluit.’
De laatste dagen kijk ik steeds vaker uit het raam. Misschien zie ik haar thuiskomen of weggaan, dan weet ik dat alles goed is.
Is het nodig de politie te bellen? Nee, als er niets aan de hand is sta ik voor gek.
Zal ik zelf gaan kijken? Dat durf ik niet zomaar.
Ik zet een mooi muziekje op en nestel me met een mooi boek in mijn relaxfauteuil.

Wat maakt de verwarming een herrie of is het de CD? Onrust kruipt mijn hoofd binnen. Die CD moet uit. In de ontstane stilte blijf ik plotseling bevroren staan. Kippenvel trekt over mijn armen. 
Er klinkt zacht gebonk dichtbij, maar toch ook niet. Waar komt dat vandaan? Onder onze huizen is niets. Nauwelijks een kruipkelder tussen de dikke oude balken, alleen leidingen, viezigheid en vocht. Daar bivakkeren hooguit muizen, ratten en spinnen. 
Hoor ik spoken omdat ik alleen ben? Daar zal ik dan mee afrekenen door gewoon terug te bonken. 
Het voelt volkomen gestoord als ik met mijn laars stevig op de vloer sla. Een ritme, dat is het duidelijkst. 
Lang, kort, kort, lang lang kort. Ik wacht en luister gespannen. Zacht maar doelgericht ge-bonk klinkt als antwoord. Dit kan niet. Ik sla weer en wacht. Lang, kort, kort, lang lang kort. Wat moet ik doen? Waar moet ik zoeken? In of onder mijn huis of bij Carina? 
Ik roep heel dwaas ‘Hallo!’ en hoor vaag gemompel. Onzeker kijk ik rond, waar komt dit vandaan?
Dit zijn geen muizen, ratten of spoken, die reageren niet.
Buiten loopt Hans, mijn andere buurman. Ik leg hem alles uit en samen bellen we bij Carina aan. Het blijft stil. 
We openen de deur: ‘Carina, ben je thuis?’
De inhoud van de trapkast staat op de gang, het luik is vrijgemaakt. ‘Carina?’
Woest gebonk vlakbij, onder het luik. Het luik zit dicht en heeft geen handvat, er ligt wat gereedschap naast. We wrikken en sjorren tot het luik kreunend open kiept. Bezorgd kij-ken we naar beneden. We horen geen muizen of ratten ritselend wegschieten, maar zien een grauwe witte vlek. 

Carina vol vegen en vuil, zit gevangen in het gat onder haar huis.
Woordeloos kijkt ze omhoog, knipperend tegen het plotselinge licht. Ze zucht en begint te huilen:
‘Goddank, daar zijn jullie!’
‘Mens, wat doe je daar? Kom op.’ 
Ze steekt haar armen uit en samen helpen we haar uit het gat. 
Eén schoen blijft achter in de smurrie, ze kijkt om: ‘Laat maar, die wil ik nooit meer aan. Ik heb me suf gebonkt met die schoen, ik was zo bang dat je me nooit zouden horen.’
Stijf loopt ze naar de keuken en ploft neer op een keukenstoel. Ik geef haar een glas wa-ter, haar tanden klapperen om de rand van het glas.
‘Oh, wat ben ik blij dat jullie me hoorden. Wat was het daar smerig en donker!’
Ze kijkt naar buiten waar de zon schijnt, ze rilt.
‘Miste je me niet? Dinsdag wilde ik kijken of er een leiding lekte, maar het luik klapte dicht op mijn hoofd. Ik was even buiten westen en toen ik weer helder was bleek dat loodzware ding muurvast te zitten. Wat een geluk dat jij mijn sleutel hebt.’
‘Is verder alles goed? Moet de dokter komen?’ vraagt Hans voor hij vertrekt.
‘Ik ben wel in orde denk ik. Alleen koud, stijf en smerig.’
‘Wat wil je liefst, eerst koffie of eerst douchen?’
‘Eerst lekker warm douchen.’
‘Ik miste je wel hoor, maar ik dacht dat je in Bogota zat.’
‘In Bogota? Hoe kwam je daar nou bij?’

Marianne Rouw
Geïnspireerd op de foto: Waar zijn de buren?

Foto @Gonnie Kleine

Terug naar blogs